De zon was nog maar net opgekomen boven de daken van Santanyí toen inspecteur Gabriel Beltran zijn hardloopschoenen aantrok. De lucht beloofde een van die perfecte lentedagen waar Mallorca zo beroemd om was – wolkenloos, met een briesje dat het zout van de nabijgelegen zee de smalle straatjes in blies. Beltran hield van deze vroege uren, wanneer de stad nog sliep, de toeristen nog droomden in hun landhuizen en hotels, en alleen de lokale bevolking, de vissers en bakkers, al op pad waren.
Hij rende over Calle de la Pau, langs de oude stenen huizen met hun groene luiken, die langzaam oplichtten in het gouden licht. De amandelbomen langs de straat stonden in volle bloei en Beltran haalde diep adem, zich laten verkwikken door de frisse lucht en de zoete geur. Het was zijn ritueel: een kort rondje hardlopen voordat de dag begon, voordat de zorgen en problemen van het eiland op zijn schouders terechtkwamen.











