Les Fleurs de la petite Ida est un conte de Hans Christian Andersen écrit en 1835. Le conte raconte l'histoire d'une petite fille à qui son précepteur, un jeune étudiant, explique que la nuit les fleurs quittent leurs vases ou leurs jardins pour aller danser. La nuit venue, la petite Ida voit les fleurs danser dans le salon... Hans Christian Andersen a écrit environ cent-cinquante contes de fées dont le style, la concision et l'inspiration originale lui ont valu une gloire immédiate dans de nombreux pays, sauf au Danemark, où l'on a tardé à reconnaître son talent.
Gratis voor 30 dagen·Opzeggen wanneer je maar wilt
Over dit boek
Les Fleurs de la petite Ida est un conte de Hans Christian Andersen écrit en 1835. Le conte raconte l'histoire d'une petite fille à qui son précepteur, un jeune étudiant, explique que la nuit les fleurs quittent leurs vases ou leurs jardins pour aller danser. La nuit venue, la petite Ida voit les fleurs danser dans le salon... Hans Christian Andersen a écrit environ cent-cinquante contes de fées dont le style, la concision et l'inspiration originale lui ont valu une gloire immédiate dans de nombreux pays, sauf au Danemark, où l'on a tardé à reconnaître son talent.
Begin vandaag nog met dit boek voor € 0
Krijg volledige toegang tot alle boeken in de app tijdens de proefperiode
Hans Christian Andersen (1805-1875) schreef ruim honderdvijftig sprookjes, waaronder Het lelijke jonge eendje, Duimelijntje en De prinses op de erwt. Veel van zijn sprookjes hebben een symbolische betekenis en vaak een tragisch einde, zoals in Het meisje met de zwavelstokjes.
In 2005 werd wereldwijd de 200ste geboortedag van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen gevierd. Andersen groeide op in Odense. Toen de jonge Hans 11 jaar was, overleed zijn vader, een arme schoenmaker. Het liefst had hij acteur willen worden, maar hij werd niet aangenomen bij de koninklijke theaterschool.
Andersen is het meest bekend geworden vanwege zijn sprookjes. Het verhaal van zijn leven legde hij vast in Het sprookje van mijn leven, waarin hij vertelt over zijn vele buitenlandse reizen en contacten met adellijke families en vorstenhuizen. Hij debuteerde in 1827 met het gedicht Det døende Barn (Het stervende kind). In 1835 werd zijn eerste bundel met sprookjes voor kinderen uitgegeven, een bewerking van traditionele sprookjes. Zijn latere werk bevat vooral zelf bedachte sprookjes (zogeheten cultuursprookjes).