Fredric Brown (1906-1972) was een Amerikaanse sciencefiction en thriller auteur. Hij was een van de opvallendste vroege schrijvers in het genre en viel op door narratieve experimenten. Hoewel hij tijdens zijn leven nooit veel populariteit genoot heeft Brown een aanzienlijke aantal volgelingen gekregen gedurende de bijna halve eeuw dat hij schreef. Zijn werken werden regelmatig herdrukt en hij heeft wereldwijd een grote schare fans, met name in de VS en Europa, vooral in Frankrijk, waar verschillende films zijn gebaseerd op zijn werk.
Brown schreef in een ontzettend tempo - net als veel andere pulp-schrijvers - om de rekeningen te kunnen betalen. Dit is, ten minste voor een deel, de reden van de onevenwichtige kwaliteit van zijn werk. Hij werkte bij de krant en heeft slechts 14 jaar van zijn leven full-time gewerkt als auteur van fictie. Brown was ook een zware drinker, en dit was soms ongetwijfeld van invloed zijn productiviteit. Maar hij was ook belezen en goedopgeleide alleslezer die verder keek dan de meeste andere pulp-auteurs. Brown heeft zijn hele leven lang in belangstelling gehad voor de fluit, schaken, poker en de werken van Lewis Carroll.
Paul Thomas Basilius Rodenko (1920-1976) was een belangrijk Nederlands dichter, criticus, essayist en vertaler. Door zijn essays en bloemlezingen over de experimentele poëzie in Nederland, ontstond een klimaat waarin de vernieuwende Beweging van Vijftig in de Nederlandse poëzie in steeds bredere kring werd geaccepteerd. Rodenko, die meteen na de oorlog enkele jaren in Parijs doorbracht, waar hij zich intensief met het surrealisme en het existentialisme bezighield, was zich al voor het optreden van de Vijftigers bewust van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog op de literatuur. Zijn essays getuigen van een buitengewone eruditie; door zijn veelzijdige belezenheid en zelfstandige verwerking van de Europese poëzie in het algemeen, wist hij de vernieuwingen in de Nederlandse poëzie in de jaren vijftig moeiteloos te plaatsen in een breder Europees verband. Beroemd werden zijn beschouwingen over o.a. Gerrit Achterberg en Hans Lodeizen. Ook zijn gedichten, in 1975 verzameld onder de titel Orensnijder tulpensnijder, zijn van een bijzondere intensiteit.