Edgar Allan Poe (1809–1849) was een Amerikaans schrijver en dichter. Hij werkte ook als literair criticus en redacteur.
Hij werd geboren in Boston, Massachusetts, als zoon van reizende acteurs, Eliza Poe en David Poe, Jr., die beiden overleden voor hij drie jaar oud was. Poe werd in huis genomen door John Allan, een succesvol zakenman uit Richmond, Virginia. Hij werd niet officieel geadopteerd en nam Allan als z’n tweede voornaam.
Van 1815 tot 1820 werd hij (gedeeltelijk) opgeleid in Engeland. In 1826 schreef hij zich in aan de University of Virginia, maar bleef daar slechts een jaar. Hij begon te drinken, te gokken, kon zijn vele schulden niet meer betalen en werd weggestuurd. In 1827 liep Poe weg bij de Allans en ging hij bij het leger. Later werd hij ontslagen wegens opzettelijk plichtverzuim.
Zo ging hij bij zijn grootmoeder (langs vaders kant), zijn tante, Mrs Maria Clemm, en zijn nichtje, Virginia Clemm, wonen in Baltimore, Maryland. In 1836 trouwde hij met Virginia, die op dat ogenblik 13 jaar oud was. Hij begon te werken als redacteur en literair criticus. Hij schreef ook verhalen en gedichten, maar met matig succes. Pas met de publicatie van zijn gedicht The Raven in 1845 begon hij literaire erkenning te krijgen.
In 1847 overleed Virginia aan tuberculose. Na haar dood begon Poe de strijd tegen drank en drugs te verliezen, in 1848 probeerde hij zelfmoord te plegen. In het daaropvolgende jaar verdween hij gedurende drie dagen en vond men hem ergens in de goot in de straten van Baltimore in ijlende toestand terug. Enkele dagen later overleed hij. Poe was nooit meer lang genoeg bij bewustzijn om uit te leggen hoe hij in die erbarmelijke toestand terecht was gekomen en hoe het kwam dat hij niet z’n eigen kleren droeg. Volgens onderzoek van de Amerikaanse auteur Matthew Pearl zou Poe overleden zijn aan de gevolgen van een hersentumor. Pearl schreef eerder The Poe Shadow, waarin hij in de vorm van een historische detectiveroman de dood van Edgar Poe beschreef.
Poe's bijzondere en vaak nachtmerrie-achtige werk was van grote invloed op de verschillende horror- en fantasy-genres. Hij wordt ook gezien als de grondlegger van het detective-genre met zijn drie verhalen over Auguste Dupin. Deze hadden een grote invloed op veel mysterie-schrijvers na hem, onder meer Arthur Conan Doyle in The Hound of the Baskervilles.
Zijn literaire reputatie was buiten de VS groter dan in de VS zelf, waarschijnlijk omdat het macabere karakter de bevolking daar niet aansprak. Rufus Griswold werd zijn agent, maar was ook een rivaal en een vijand. Griswold had namelijk Memoires van de schrijver uitgebracht, waarin Poe werd afgeschilderd als een dronkaard en een opiumverslaafde. Mede hierdoor was Poe niet erg populair in Amerikaanse literaire kringen.
In Frankrijk, waar hij over het algemeen bekend staat als "Edgar Poe", werden zijn verhalen en enkele van zijn gedichten vertaald door Charles Baudelaire. Zijn goede vertalingen leidden ertoe dat Poe populair werd onder de avant-garde schrijvers in Frankrijk. Schrijvers als Algernon Charles Swinburne werden sterk beïnvloed door zijn werk. Poe werd ook gewaardeerd door de Symbolisten, en Stephane Mallarmé droeg verschillende gedichten aan hem op.
Naast de literaire en poëtische kant had Poe ook interesse in filosofische en wetenschappelijke vraagstukken. Dit laatste komt het best naar voren in zijn in 1848 geschreven Eureka, een essay over het materiële en spirituele universum (bron: Wikipedia).
Fredric Brown (1906-1972) was een Amerikaanse sciencefiction en thriller auteur. Hij was een van de opvallendste vroege schrijvers in het genre en viel op door narratieve experimenten. Hoewel hij tijdens zijn leven nooit veel populariteit genoot heeft Brown een aanzienlijke aantal volgelingen gekregen gedurende de bijna halve eeuw dat hij schreef. Zijn werken werden regelmatig herdrukt en hij heeft wereldwijd een grote schare fans, met name in de VS en Europa, vooral in Frankrijk, waar verschillende films zijn gebaseerd op zijn werk.
Brown schreef in een ontzettend tempo - net als veel andere pulp-schrijvers - om de rekeningen te kunnen betalen. Dit is, ten minste voor een deel, de reden van de onevenwichtige kwaliteit van zijn werk. Hij werkte bij de krant en heeft slechts 14 jaar van zijn leven full-time gewerkt als auteur van fictie. Brown was ook een zware drinker, en dit was soms ongetwijfeld van invloed zijn productiviteit. Maar hij was ook belezen en goedopgeleide alleslezer die verder keek dan de meeste andere pulp-auteurs. Brown heeft zijn hele leven lang in belangstelling gehad voor de fluit, schaken, poker en de werken van Lewis Carroll.
Paul Thomas Basilius Rodenko (1920-1976) was een belangrijk Nederlands dichter, criticus, essayist en vertaler. Door zijn essays en bloemlezingen over de experimentele poëzie in Nederland, ontstond een klimaat waarin de vernieuwende Beweging van Vijftig in de Nederlandse poëzie in steeds bredere kring werd geaccepteerd. Rodenko, die meteen na de oorlog enkele jaren in Parijs doorbracht, waar hij zich intensief met het surrealisme en het existentialisme bezighield, was zich al voor het optreden van de Vijftigers bewust van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog op de literatuur. Zijn essays getuigen van een buitengewone eruditie; door zijn veelzijdige belezenheid en zelfstandige verwerking van de Europese poëzie in het algemeen, wist hij de vernieuwingen in de Nederlandse poëzie in de jaren vijftig moeiteloos te plaatsen in een breder Europees verband. Beroemd werden zijn beschouwingen over o.a. Gerrit Achterberg en Hans Lodeizen. Ook zijn gedichten, in 1975 verzameld onder de titel Orensnijder tulpensnijder, zijn van een bijzondere intensiteit.