Thet Oera Linda Bok presenteert zich als de vertaling en bewerking van een oud Fries handschrift uit de dertiende eeuw, maar is in werkelijkheid een fascinerend document uit de negentiende-eeuwse cultuurgeschiedenis. Het werk beschrijft een mythische oorsprong van de Friezen, hun politieke instellingen, religieuze opvattingen en vermeende invloed op de Europese beschaving. De archaïserende taal, pseudo-historische chronologie en plechtige verteltoon bootsen een middeleeuwse kroniek na. Daarmee sluit het boek aan bij de romantiek, het antiquarisme en het nationalistische verlangen naar een glorierijk, pre-christelijk verleden. De tekst bevat bovendien uitgesproken ideeën over vrijheid, moederschap, volkssoevereiniteit en de tegenstelling tussen oorspronkelijke kennis en dogmatische religie. Omdat de auteur als anoniem geldt, blijft zijn of haar persoonlijke levensgeschiedenis onbekend; juist die anonimiteit vormt een wezenlijk onderdeel van het raadsel rond het boek. De publicatie in 1872, in een klimaat van Friese taalbeweging, Europese natievorming en grote belangstelling voor oude manuscripten, maakte een tekst als deze bijzonder aannemelijk. De aanspraak op een dertiende-eeuwse oorsprong is door historici en taalkundigen overtuigend als vervalsing of literaire constructie beschouwd, waarbij vooral de kring rond de handschriftbezitter Cornelis over de Linden en uitgever J.G. Ottema ter discussie staat. Deze uitgave verdient aanbeveling aan lezers die belangstelling hebben voor mythografie, historische vervalsingen, taalgeschiedenis en de werking van nationalistische verbeelding. Men leze haar niet als betrouwbare bron over de oudheid, maar als een buitengewoon invloedrijk voorbeeld van pseudohistorische literatuur, waarin identiteit, macht en collectief geheugen op intrigerende wijze worden geconstrueerd.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw : Een Friese oorsprongsmythe van genealogie, priesteressen en verzonken landen
Geschreven door Anoniem






















