La nouvelle année a commencé et janvier arrive déjà à sa fin, mais il fait encore très froid. Les moineaux trouvent cela étrange, que les hommes aient déclaré que c'était le nouvel an, car tout le monde sait que l'année ne commence qu'avec l'arrivée du printemps. Cependant, celui-ci se fait attendre et quelques hardis moineaux décident de partir à sa recherche.
Hans Christian Andersen naquît en 1805 à Odense au Danemark. Fils de cordonnier, il partit à quatorze ans pour Copenhague suivant la mort de son père. Et c'est là que la célèbre histoire commence. Au cours de sa vie, Andersen écrivit plus de 150 contes. Il entreprit en tout trente voyages vers l'Allemagne, le Royaume-Uni, l'Italie, l'Espagne et l'Empire Ottoman. Il devint le poète et écrivain Danois le plus connu au monde. Il mourut en août 1875 à Copenhague. Parmi ses contes les plus célèbres, on peut nommer entre autres : "La Petite Sirène", "La Petite Fille aux Allumettes", "Le Vilain Petit Canard", et "La Reine des Neiges".
Begin vandaag nog met dit boek voor € 0
Krijg volledige toegang tot alle boeken in de app tijdens de proefperiode
Hans Christian Andersen (1805-1875) schreef ruim honderdvijftig sprookjes, waaronder Het lelijke jonge eendje, Duimelijntje en De prinses op de erwt. Veel van zijn sprookjes hebben een symbolische betekenis en vaak een tragisch einde, zoals in Het meisje met de zwavelstokjes.
In 2005 werd wereldwijd de 200ste geboortedag van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen gevierd. Andersen groeide op in Odense. Toen de jonge Hans 11 jaar was, overleed zijn vader, een arme schoenmaker. Het liefst had hij acteur willen worden, maar hij werd niet aangenomen bij de koninklijke theaterschool.
Andersen is het meest bekend geworden vanwege zijn sprookjes. Het verhaal van zijn leven legde hij vast in Het sprookje van mijn leven, waarin hij vertelt over zijn vele buitenlandse reizen en contacten met adellijke families en vorstenhuizen. Hij debuteerde in 1827 met het gedicht Det døende Barn (Het stervende kind). In 1835 werd zijn eerste bundel met sprookjes voor kinderen uitgegeven, een bewerking van traditionele sprookjes. Zijn latere werk bevat vooral zelf bedachte sprookjes (zogeheten cultuursprookjes).